#1

Ergens in de diepte.

Iedereen lijkt (ergens) te weten waar dat is.

Tegelijkertijd is deze diepte voor iedereen ergens anders.

Wat voor de een diepzinnig voelt, is voor een ander nog ergens halverwege.

Diepte betekent ook dikte of intensiteit.

We voelen de concentratie stijgen.

De druk neemt niet toe.

We ervaren iets van zuurstoftekort.

Happen nog net niet naar adem.

God mag dan volgens de kerk in de hemelen zijn.

Diepzinnigheid lijkt de andere kant op te gaan.

Ergens ver weg de diepte in en tegelijkertijd is het ook dichtbij.

Je bent er namelijk zo, binnen enkele seconden.

Aan de oppervlakte vinden we het leven van alledag.

Actielijstjes, werk, kinderen, ouders, vrienden, auto’s, boodschappen, een pan op het vuur.

Wat vinden we in de diepte van ons Zijn?

Wat vinden we als we met onze aandacht naar binnen gaan?

Turbulentie. Een soort druk. Iets dat trilt. Iets dat bruist.

En als we van binnen afdalen en onder het aanwezige kruipen?

Wat vinden we dan?

Je ziet de tafel waar je aan zit.

Hoort het toetsenbord onder je vingers ratelen.

Het is er en het verdwijnt. In dit geval de geluidjes van het toetsenbord. De tafel blijft nog even.

De stilte doemt op. Wat net nog turbulent was, lijkt nu iets magisch te zijn.

Het is getransformeerd in iets anders.

In iets… onwerkelijks.

Iets dat je hele lijf doet tintelen.

Het is iets…

keyboard_arrow_up